Geschiedenis

De geschiedenis van het Regiment Geneeskundige Troepen is ook de geschiedenis van de Geneeskundige Dienst Koninklijke Landmacht. Bepaald is dat de Geneeskundige Dienst van het dienstvak Logistiek, waar zij nu onder valt, deze tradities voortzet.

Sinds mensenheugenis is er strijd en ziekte en dus ook de behoefte om deze mensen te verzorgen. De Romeinen beschikten zelfs al over georganiseerde geneeskundige verzorging. Het duurde echter tot de 19e eeuw voordat men inzag dat een militair geneeskundige dienst onontbeerlijk was voor de Nederlandse militair. Van een georganiseerde geneeskundige verzorging bij de troepen te velde nauwelijks sprake. Slechts incidenteel en met bescheiden middelen poogde men te doen wat men kon, de harde realiteit was dat de gewonde of ernstig zieke militair in vele gevallen aan zijn lot moet worden overgelaten. De invoering van de dienstplicht in 1814 bracht Koning Willem I tot het besef dat de geneeskundige verzorging van de militair meer aandacht moest krijgen.

Dat zelfde jaar benoemde hij Prof Dr S.J. Brugmans tot inspecteur van de Militaire Geneeskundige Dienst. De geschiedenis van de Militaire Geneeskundige Dienst is nauw verbonden met de oprichting van het Internationale Rode Kruis in 1864. In Genève werd op 22 augustus van dat jaar een overeenkomst gesloten, die tot een verbetering van het lot der gewonden bij de legers te velde en in oorlogstijd moet leiden. Aldaar werd ter onderscheiding voor de hospitalen en ambulances een vlag aangenomen, waarop een rood kruis tegen een witte achtergrond afgebeeld.Professor Brugmans richt een magazijn voor geneesmiddelen en een school voor militair artsen op. Internationaal bekende artsen zoals Dr. J.H.C. Basting, de naaste medewerker van Henri Dunant, en Dr. A. Mathijsen (uitvinder van het gipsverband), komen uit deze school voort.

7 April 1869 is de geboortedag van het Regiment Geneeskundige Troepen. “ Het wapen der infanterie wordt vermeerderd met twee Compagnieën Hospitaalsoldaten”, luidt de tekst van het Koninklijke Besluit waarmee de komst van de Geneeskundige Troepen een feit werd. De eerste Geneeskundige Compagnie werd gestationeerd in Amsterdam en de tweede in Utrecht. Rond 1900 wordt dit aantal verdubbeld. In 1936 wordt de naam hospitaalsoldaten vervangen door geneeskundige troepen. 

Na de tweede wereldoorlog werden de Geneeskundige Troepen stevig verankerd in de nieuwe legerorganisatie.Op 7 januari 1946 werden de Geneeskundige Troepen opnieuw opgericht onder de nieuwe naam: “ Depot Geneeskundige Troepen”. De naam werd veelvuldig veranderd, maar in juli van dat jaar werd de naam gedoopt in het “Regiment Geneeskundige Troepen”. Tot aan 1950 werd de structuur van de organisatie van de Geneeskundige Troepen veelvuldig veranderd. Vier jaar later ontstond het “Dienstvak Geneeskundige Troepen”.

In 1969 bestond het Regiment 100 jaar. Op 10 April 1979, ter gelegenheid van het 110 jarig bestaan van het Regiment, werd door H.M. Koningin Juliana een vaandel aangeboden. 

Het vaandel is het symbool voor alle Nederlanders die bij het Regiment gediend hebben, dienen of dat in de toekomst zullen gaan doen. Het vaandel wordt door een vaandelwacht omgeven en aan het vaandel worden buitengewone eerbewijzen gebracht. Een ieder die bij het Regiment dient, dient trouw te zweren of te beloven aan het vaandel. Het regiment vierde in het jaar 2004 haar 135e verjaardag.

Eind 1993 zijn, bij Koninklijk Besluit, de Geneeskundige Dienst en Geneeskundige Troepen samengebracht in het “Dienstvak Geneeskundige Dienst Koninklijke Landmacht”. Dit dienstvak heeft de traditie en het vaandel van het Regiment Geneeskundige Troepen Koninklijke Landmacht overgenomen.

Oktober 2001 is het “Dienstvak Geneeskundige Dienst Koninklijke Landmacht” opgegaan in het “Dienstvak van de Logistiek”. Het Regiment Geneeskundige Troepen is blijven bestaan.

In de vorige eeuw beleefden de Geneeskundige Troepen twee mobilisaties ( 1914 - 1918 en 1939 - 1940 ) en vijf jaar oorlogsomstandigheden in het voormalig Nederlands-Indië. Maar ook daarna verleende zij hun diensten. Onder soms moeilijke omstandigheden, zoals bijvoorbeeld Libanon, het voormalige Joegoslavië, Afghanistan en in Irak. Met veel bezieling en kracht ondersteunden zij naar vermogen de gevechtskracht van de KL.