Dr. Johan Hendrik Christiaan Basting 1817-1870

In de serie “ beroemde Nederlandse legerartsen “  in dit artikel aandacht voor Dr. J.C.B. Basting. Volgens velen is Basting naast Henri Dunant de mede-grondlegger van het Internationale Rode Kruis en van het Nederlandse Rode Kruis.

Dr. Johan Hendrik Christiaan Basting 1817-1870 :

“ Ik houd het woord onmogelijk , dat in onze eeuw zoo slecht thuis is, voor nog ongelukkiger gekozen als het toegepast wordt op het redden van menschenlevens “.  Geneve, 1863.

Johan Basting werd op 20 september 1817 geboren te Enkhuizen als oudste zoon van Dingeman Cornelis Basting, victualiemeester, later officier van administratie bij Dr. J.C.B. BastingZr. Ms. Marine en Frederica Sophia Wilhelmina Schneider. Uit dit huwelijk werd nog een tweede zoon  geboren, die zijn vader niet gekend heeft omdat deze drie maanden na de geboorte naar Oost-Indië was vertrokken.

Vader Basting, die achtereenvolgens aan boord van de korvet Ajax en van het fregat Wilhelmina had gediend en als laatste bij de depot-werf in Indië diende overleed te Batavia de 13e november 1821. Johan Basting  heeft zijn vader ook nauwelijks gekend. De band tussen moeder en kinderen was hierdoor erg groot. Vooral de liefde van Johan voor zijn moeder was intens en hij bleef zijn moeder dan ook met zijn goede zorgen tot aan haar dood omringen.

 

Na in Enkhuizen de Fransche school te hebben bezocht, volgt hij er de Latijnsche school. Deze school was gevestigd in het voormalige Admiraliteitsgebouw. Gedurende de laatste twee schooljaren is hij tevens in de leer geweest bij de chirurgijn Jan Visser. Deze moet hem de eerste apothecaire kennis hebben bijgebracht. Na een kort verblijf in ’s-Gravenhage in 1833 legt hij op 23 juli 1834 als bijna 17 jarige met goede gevolg het examen af om als kwekeling te worden toegelaten tot de Rijksinstelling voor militaire geneeskundigen te Utrecht. Hier volgt hij lessen van Prof. Alexander, Dr. Kerst en Dr. Willemier. Een van zijn medestudenten is de latere bekende Prof. Donders.

Na met goede gevolg het examen te hebben afgelegd wordt in 1839 de bijna 22 jarige Basting benoemd tot Officier van Gezondheid der 3e klasse en geplaatst bij de 3e divisie van het Algemeen Depot der Landmacht destijds te Huisduinen en te Willemsoord gekazerneerd. Basting was een harde werker die zijn ontspanning zocht in de literatuur. Hij stond bekend als een scherpzinnig denker die met weinig woorden kernachtig en humorvol zijn opvattingen wist te beschrijven. Zijn opstel “ Mededelingen over voorgewende ziekten “ in het Tijdschrift Boerhaave van maart 1842 is hier een voorbeeld van.

Van zijn kennis van de literatuur heeft hij later veel plezier gehad omdat hij zich makkelijk in verschillende talen wist uit te drukken op de internationale congressen en daardoor voor zijn latere vriend Dunant een grote steun en toeverlaat zou zijn.

In 1842 wordt Basting in het garnizoen Breda geplaatst en na zijn bevordering tot Officier van Gezondheid der 2e klasse op 18 juli 1844, korte tijd in Maastricht. Vandaar wordt hij overgeplaatst naar Gorkum waar hij als “ eerstaanwezend “ Officier van Gezondheid in garnizoen blijft tot 1853.

In Gorkum maakt hij kennis met A.C. Kattenbusch met wie hij op 1 augustus 1954 in het huwelijk treedt. Op 20 april 1853 wordt hij bevorderd tot Officier van Gezondheid der 1e klasse en naar Leiden overgeplaatst.

Op 12 mei 1855 promoveert Basting met het proefschrift getiteld: “ Lugduni Batav militari anno 1854 curatorum historiam generalem”, opgedragen aan de toenmalige Kolonel-Inspecteur van de Geneeskundige Dienst der Landmacht  Dr. L. Ph. J. Snabilié.

In dit jaar 1855 volgt Basting’s overplaatsing naar het Regiment Grenadiers en Jagers te ’s-Gravenhage waar hij tot begin 1866 blijft.

Gedurende deze jaren worden in Europa verschillende oorlogen gevoerd. Eerst de Krim oorlog van 1855-1856, dan de Italiaanse oorlog van 1859, daarna de Deense oorlog van 1864 en tenslotte de strijd om de hegemonie in de Duitse landen tussen Pruisen en Oostenrijk in 1866. Het is het grote vraagstuk van de verpleging van gewonde en ziekte militairen welke de volle aandacht van Basting heeft. In deze tijd verschijnt ook het opzienbarende werk “ Un Souvenir

de Solférino “ van Henri Dunant (1). Het boek maakte grote indruk op Basting. Het boek wordt binnen enkele jaren regelmatig herdrukt en in verschillende talen in Europa en daarbuiten verspreid.

In een brief van 6 oktober 1864 schreef Basting aan Dr. Van Dommelen, dat een dame uit Geneve het boek hem had toegezonden. Ten gevolge van die toezending komt Basting in schriftelijk contact met Dunant die hem verzoekt hem een vertaling in het Nederlands te willen bezorgen. Basting gaat hiermee voortvarend aan de slag en voorziet de vertaling van een voorwoord en naschrift. Hierin besluit hij met de woorden “ Al hebben wij geen schuld aan de oorlog, toch hebben wij een schuld te betalen aan de deerniswaardige slachtoffers van de oorlog. Wij zijn schuldig om die ongelukkigen te helpen, te verzorgen en hun treurig lot zoveel mogelijk te verzachten. Dit, mijne lezers, is althans mijn innige overtuiging “.

Tijdens het Internationaal Congres voor de Statistiek op 11 september 1863 leren beiden elkaar ook persoonlijk kennen. Basting neemt daaraan deel als gedelegeerde van de Nederlandse regering. Hij was benoemd tot rapporteur van de 4e sectie, die zich zou bezighouden met de vergelijkende statistiek, de gezondheid en sterfte van de civiele en militaire bevolking.

In de briefwisseling die Basting en Dunant voerden voor hun ontmoeting in Berlijn komt een punt naar voren welk speciale aandacht verdient namelijk: de mogelijkheid om gewonden neutraal te laten verklaren.

Na afloop van het congres besloot Dunant in overleg met zijn vriend Basting de 10 artikelen over vrijwillige hulpverlening aan te vullen met 3 nieuwe artikelen de “ Berlijnsche Artikelen “ genoemd waarvan het  tweede artikel de neutraliteit vraagt voor gewonden en verplegers. Er staat letterlijk:

“ Diese selben Regierungen möchten erklären, dass künftig das militärische Personal und die von ihm abhängigen Personen, mit Einschluss der anerkannten Freiwilligen Helfer, von den kriegführenden Mächten als neutrale Personen betrachtet werden”.

Deze Berlijnse artikelen, door Dunant als Secretaris namens het Geneefse Comité ondertekend, waren uitsluitend en alleen het werk van Dunant en Basting. Officieel werd van de neutraliteit, de hoeksteen van de toekomstige Conventie nog met geen woord gerept, maar officieus wel. Door de Nederlandse geschiedschrijver Haje werd bijvoorbeeld gemeld, dat Basting op het Congres door de Pruisische Minister van Oorlog van Roon werd aangesproken met de vraag : “ In hoever staat de Koning tot hetgeen Dunant verlangt ? “. Basting antwoordde: “ In zover, dat Dunant de gewonden en hun verzorgers onschendbaar verklaard wil hebben “.

Nog duidelijker blijkt het grote aandeel, dat Basting heeft aan het doorzetten van het neutraliteitsidee, uit de inhoud van het in memoriam, opgenomen in het Bulletin International de la Croix-Rouge van 1870, het jaar van zijn dood.

“ Il profita du séjour qu’il fit a Berlin, en septembre 1863, a l’occasion du congres de statistique pour en entretenir le Ministre de la Guerre prussien et obtenir de lui qu’il en parlait au Roi. Enfin il réussit, a force de persévérance, a faire ajouter la question  de la neutralisation des blesses et du service sanitaire au programme de la conference qui devait avoir lieu a Geneve, le 26 octobre de la meme année.

Zo blijkt, dat onder invloed van Basting,  Dunant de neutraliteit toevoegde aan zijn plannen, die oorspronkelijk niet verder gingen dan tot de vorming van hulpverenigingen: zie het als een bewijs, dat het Basting’s verdienste is, dat destijds de neutraliteitsidee uit het gebied van nog niet te verwezenlijken idealen werd overgebracht naar dat der mogelijkheden.

Dat Basting ook in Berlijn reeds toonde niet om een antwoord verlegen te zitten blijkt als hij aan enige ongelovige broeders die de vraag stelden wat “ce monsieur Dunant “ toch eigenlijk van plan was droogjes antwoordde: “ Deze heer heeft het middel mensenlevens te sparen “.

Ongeveer hetzelfde herhaalt zich op de conferentie in Geneve, als de Franse gedelegeerde Dr Boudier uitweidt over de bijna onoverkomelijke bezwaren verbonden aan de vrijwillige ziekenverpleging. Basting dient hem van antwoord: “ik houd het woord onmogelijk dat in onze eeuw zo slecht thuis is voor nog ongelukkiger gekozen als het toegepast wordt op het redden van mensenlevens”.

Onder de 36 afgevaardigden van 14 verschillende landen, bijeengekomen om de uitvoerbaarheid van Dunant’s denkbeelden te onderzoeken, treffen wij samen met dr. Basting ook onze landgenoot de Kapitein ter Zee C.W.M van de Velde aan. Aan de beraadslagingen heeft Basting weer een belangrijk aandeel.

Op zijn voorstel spreekt de conferentie plechtig uit, dat de heer Dunant en de Société genevoise dÚtilité Publique zich jegens de mensheid verdienstelijk hebben gemaakt en rechtmatige aanspraak op hun dankbaarheid hebben verworven- een votum dat gezien in het licht van de bestrijding, die de voorstellen van sommige zijden hadden gevonden, meer betekende dan een blote beleefdheidsformaliteit.

Uit dit alles blijkt hoe groot de betekenis is geweest van Basting’s optreden in Berlijn en Geneve in het voorbereiden van de plannen van Dunant.

Wat deed Basting na het verschijnen van zijn reeds eerder genoemde Nederlandse bewerking van Dunant’s boek om de Rode Kruis gedachte in Nederland verder bekendheid te geven.

Eerst verscheen er van zijn hand de brochure “ Eene roepstem aan mijn vaderland “ uitgegeven in april 1864. De inhoud hiervan was om zijn landgenoten nogmaals aan te sporen tot het oprichten van een Nederlandse hulpmaatschappij en daarmee niet te wachten tot de nood aan de man zou zijn. In dit verband wijst Basting er op, hoe kort na de Conferentie te Geneve ( oktober 1863 ) de oorlog in Sleeswijk-Holstein uitbrak en hoe Pruisen, Oostenrijk en Denemarken redenen genoeg hadden om het toen te “ betreuren , dat de hulpmaatschappijen bij hen nog niet in werking waren”. Heel snel is men daartoe in Pruisen overgegaan en ook in Denemarken en Oostenrijk maakte men nu spoed met de oprichting van deze organisaties. In Nederland ging het aanvankelijk allemaal erg langzaam. Ofschoon de ratificatie der Conventie van Geneve door de Nederlandse regering reeds op 29 november 1864 had plaats gevonden zou het nog ruim 2,5 jaar duren voordat in Nederland de door Basting zo vurig gepropageerde hulpmaatschappij of vereniging geboren werd, dit met dank aan de Koning die aan deze lange discussie ten slotte een eind maakte.

Begin 1866 wordt Basting overgeplaatst naar Bergen op Zoom en is daar de eerste Officier van Gezondheid. In dat jaar verschijnt zijn Memorie over het stelsel van ziekenverstrooiing, opgenomen in de “ verslagen, rapporten en memoriën omtrent militaire onderwerpen “, uitgegeven door het Departement van Oorlog. Het thema der ziekenverstrooiing is een van de onderwerpen, die later uitvoerig door hem wordt behandeld in zijn in 1868 verschenen brochure “ De Nederlandsche Hulpcomités onder het Roode Kruis “.  

Op 19 juli 1867 wordt bij K.B. no 60 de vereniging in het leven geroepen waar zo lang op werd gewacht. Dit werd gevolgd door K.B. no 71 van 31 juli 1867 waarbij Basting samen met Henri Dunant en zij Nederlandse medebaanbrekers Luitenant-generaal W.J. Knoop en de oud-Kapitein ter Zee C.W.M van de Velde tot erelid wordt benoemd van de pasopgerichte vereniging. Bij dit besluit vindt tevens de benoeming plaats van de voorzitter, de leden en de secretaris van het Hoofd-Comité. De leden van het Hoofd-Comité worden door de voorzitter geïnstalleerd op 15 augustus 1867, dus daags voor de opening van het internationale congres der  “ hulpmaatschappijen “ te Parijs ter gelegenheid van de grote Internationale Tentoonstelling. De jonge “ Nederlandsche Vereeniging tot het verleenen van hulp aan zieke en gewonde krijgslieden in tijd van oorlog” wordt ter conferentie vertegenwoordigd door haar voorzitter de oud-minister Dr.J. Bosscha en de gepensioneerde Schout-bij-nacht  Jhr H.A. van Karnebeek.

Ook Basting gedelegeerd door de Minister van Oorlog is in die dagen in Parijs aanwezig als lid, secretaris en rapporteur van de jury voor het toekennen van prijzen voor de twee beste ziekenwagens en draagbaren. Van zijn hand verschijnt in 1867 een Verslag van het Internationaal Congres gehouden te Parijs van 16-28 augustus 1867.

Hierna publiceert in het voorjaar van 1868 Basting de brochure. De Nederlandsche Hulpcomité’s onder het Roode Kruis. Hun werking in tijden van oorlog en vrede. Hierin behandelt Basting het stelsel van ziekenverstrooiing samengesteld uit drie factoren: 1. het vergroten der verpleegruimten in de aanwezige ziekeninrichtingen, 2. het inrichten van tijdelijke nieuwe ziekenverblijven in de plaatsen waarheen de zieken en gewonden zullen worden vervoerd, 3. het geregeld vervoer der zieken en gewonden uit de veldhospitalen en uit de blijvende hospitalen naar de genoemde tijdelijke ziekeninrichtingen.

De nadruk leggende op de uitstekende resultaten, die het systeem van ziekenverstrooiing ook in de oorlog tussen Amerikaanse staten, in de Deense oorlog en in de oorlog van 1866 had opgeleverd knoopte Basting aan de behandeling van dat onderwerp onmiddellijk vast de voorbereidingen, die de plaatselijke comités in overleg met het Hoofdcomité dienden te treffen. Hun algemene taak van voorbereiding zag hij in het vergaren van gelden, materieel en personeel. Tenslotte werd door hem uiteengezet waarom de comité’s in vredestijd nuttig werk konden blijven doen.

Intussen gaat van het jonge Haagse Comité het denkbeeld uit, de belangstelling van het publiek aan te wakkeren door het organiseren van een “ tentoonstelling van voorwerpen tot hulp, verpleging, vervoer en verblijf van zieken en gewonden “ ter gelegenheid van de eerste Algemene Vergadering der Vereniging vastgesteld op 1 en 2 september 1869. In de Tekenacademie wordt daartoe de nodige ruimte beschikbaar gesteld. Als lid van de tentoonstellingscommissie vinden we Basting permanent in de weer, bezig met de rangschikking en toelichting op de artikelen van het Departement van Oorlog. Daarnaast is hij steeds beschikbaar tot het geven van elke gewenste voorlichting.

De tentoonstelling wordt geopend door de heer Bosscha in tegenwoordigheid van de Koning, de Koningin en de prinsen Frederik en Alexander. Op 13 september worden door de gepensioneerde Luitenant-generaal C.T. van Meurs, voorzitter van de Tentoonstellings-Commissie de medailles uitgereikt voor de prijzen die aan de verschillende inzenders zijn toegekend.

Sinds het voorjaar van 1870 gaat de gezondheid van Basting langzamerhand achteruit. Hij overlijdt op 24 september 1870 op 53-jarige leeftijd.

Samenstelling: Karel Adams, medewerker Historische Verzameling

Geneeskundige Troepen, Korporaal van Oudheusdenkazerne, Hilversum.

Bronnen:

Dr Johan Hendrik Christiaan Basting door Jhr H. Beelaerts van Blokland. Uitgave van het Nederlandsche Roode Kruis ’s-Gravenhage. Geen jaartal.

Brochure: Johan Hendrik Christiaan Basting, Sebald Justinus Brugmans en het Rode Kruis. Uitgave : Afd. Public Relations van het Nederlandsche Roode Kruis 1969.

(1):  Solferino is een Italiaans dorp in Lombardije in de provincie Mantua waar op 24 juni 1859 een van de bloedigste veldslagen uit de geschiedenis heeft plaatsgevonden. Hier vochten Fransen en Savoyards tegen Oostenrijkers.

Na afloop van de slag bleven  38.000 soldaten gewond achter op het slagveld.

Henri Dunant bekommerde zich om hen en organiseerde hulp. Dit werd de aanleiding tot de oprichting van het Rode Kruis en de Conventies van Geneve.

( Wikipedia )

Bij ministeriële beschikking van 30 januari 1951 werd voor het gehele regiment het huidige baret embleem ingevoerd. Het embleem bestaat uit een schild waarop de esculaapstaf een zwaard kruist, gedekt door een lauwertak en eikenloof. Boven op het embleem staat de Koninklijke Kroon. Op de rand van het embleem staat de spreuk "Eripiendo Victoriae Prosum", wat betekent "Al helpende, dien ik de overwinning". Het embleem is uitgevoerd in goud en wordt gedragen op een groene ondergrond.