In het museum van de Historische Verzameling Geneeskundige Dienst staat een maquette van het Militair Hospitaal, die onlangs is gerestaureerd door de vrijwilligers Hans IJdo en Harry Nooteboom. Aanleiding, om in dit overzicht, aandacht te besteden aan de geschiedenis van het Militair Hospitaal tot aan de nieuwbouw van het CMH in 1991. Het Militair Hospitaal “ Dr.A. Mathijsen “ .
Op 3 augustus 1945 wordt in Utrecht een militair hospitaal in gebruik genomen onder de naam : Tweede Nederlandsch Militair Hospitaal. Het Eerste Nederlandsch Militair Hospitaal was tijdens de geallieerde opmars geopend in Brussel. Tot 3 augustus 1945 is aan de Springweg en het Lucas Bolwerk in Utrecht het Militair Hospitaal Utrecht gevestigd. Dit hospitaal was gehuisvest in een historisch complex, bekend onder de naam “ het Duytze Huys “. Het MHAM zal later voortkomen uit dit hospitaal, terwijl het complex aan de Springweg daarna deel uitmaakt van het Centraal Militair Hospitaal Utrecht. Plattegrond Militair hospitaal "Dr. A. Mathijsen"  A) polikliniek B) ziekenverpleging afd. K t/m M C) portiersloge D) apotheek E) hoofdingang F) kantoren G) röntgen H) opname I) ketelhuis J) ziekenverpleging afd. A t/m J K) genie L) kapel M) laboratorium N) woningen verpleegkundigen O) zusterhuis P) garage Q) centrale keuken R) eetzaal S) houtbewerking T) mortuarium U) kas tuinman
Het Duytze Huys:
Aan het einde van de twaalfde eeuw, na de derde kruistocht, ontstaat de Ridderlijke Duitsche Orde. Deze orde verdeelt haar werkgebied in balies en zo ontstaat in 1231 de balie van Utrecht. De balie vestigt zich eerst buiten de stadsmuren van Utrecht maar plunderende soldaten en ruzies tussen de Hollandse gewesten maken het voor de veiligheid beter om een vesting binnen de stadswallen te kiezen.
In 1348 wordt op een terrein gelegen tussen de Springweg en de stadwal begonnen met de bouw van een kerk, een ziekenhuis en een woonverblijf voor de ridders van de orde. In 1359 is de nieuwe behuizing gereed en betrekken de ridders het “ Duytze Huys “ aan de Springweg. In de daarop volgende jaren worden nog enkele losse gebouwen toegevoegd zoals een gastenhuis, een keuken en een brouwhuis. Vele eeuwen zijn de ridders aan de Springweg actief met het opnemen en verzorgen van zieken en gewonden totdat onder invloed van de kerkhervorming de doelstellingen van de orde wijzigen en de orde haar liefdadigheidswerk in stilte en meer achter de schermen voortzet.
In 1807 vestigt Lodewijk Napoleon zijn residentie in Utrecht. Hij bestemt het Duitsche Huis aan de Springweg als hospitaal voor zijn troepen. Onder zijn bewind komt het gebouwencomplex in handen van het Rijk. Vanaf dat moment krijgen de gebouwen de bestemming van militair hospitaal. Dit zal zo blijven tot begin 1990 wanneer het complex als militair hospitaal wordt gesloten. Tussen 1807 en 1832 wordt het hospitaal regelmatig geconfronteerd met grote aantallen zieken en gewonden. Zo blijft tijdens de Tiendaagse Veldtocht tegen België geen plaats onbezet. Uitbreiding is dan ook noodzakelijk en in 1822 komt er een nieuw gebouw langs de Singel met ruime ziekenzalen. Dit gebouw, beter bekend als het hoofdgebouw , blijft bijna 170 jaar in gebruik.
Na 1822 is in het hospitaal aan de Springweg een opleidingsinstituut voor militaire artsen gevestigd de “ Rijkskweekschool voor militaire geneeskundigen “ . Deze opleiding wordt in 1869 opgeheven en de opleiding van militaire artsen gaat naar de universiteiten. De functie als hospitaal blijft echter bestaan. Het complex aan de Springweg wordt in de loop der jaren steeds verder uitgebreid. De historische gebouwen vereisen steeds meer bouwkundige aanpassingen. Bovendien is de noodzaak tot uitbreiding steeds aanwezig. Zo wordt een ambulancegebouw ( 1884 ) en een kazernegebouw ( 1887 ) voor hospitaalsoldaten gebouwd. Toch blijken er steeds vaker klachten te komen over de slechte kwaliteit van de gebouwen en vooral de hygiënische voorzieningen. Renovatie van de gebouwen aan de Springweg wordt vanuit medisch en economisch oogpunt verworpen. De gebouwen zijn niet geschikt te maken voor de functie van ziekenhuis. Daarom ontstaat de vraag waar een nieuw ziekenhuis moet komen. In 1931 wordt begonnen met het ontwerpen van een nieuw hospitaal. Pas op 12 mei 1935 wordt besloten, dat het nieuwe militaire hospitaal gebouwd wordt op het terrein de “ Halve Maan “ in de Utrechtse wijk Oog in Al. In mei 1938 wordt het gebouw aanbesteed voor een bedrag van anderhalf miljoen gulden waarna in juli de bouwwerkzaamheden starten. Door allerlei omstandigheden, waaronder het uitbreken van de Tweede wereldoorlog in mei 1940, blijkt later nog een aanvullend bedrag nodig te zijn van vierhonderdduizend gulden. Het hoofdgebouw ( gebouw a ), de aanleg van de tuinen en een tijdelijke afrastering komen in 1942- tijdens de Duitse bezetting – gereed. Het gebouw wordt echter niet in gebruik genomen als ziekenhuis.
Commandocentrum tijdens WO II:
De Duitsers gaan het ziekenhuis gebruiken als commandocentrum voor de Marine Staf van admiraal Dönitz. In 'Oog en Al' worden veel Duits militairen ingekwartierd bij bewoners van de wijk evenals in de rusthuizen Welgelegen en De Wartburg. Dönitz zelf woonde in de Petrarkalaan. Bij het 24 Oktoberplein verrees een grote bunker die als commandopost diende. Tussen de vleugels van het Militair Hospitaal aan de Joseph Haydnlaan bouwden de Duitsers een bunker van hetzelfde type als de commandobunker. Een deel van de betonbewapening bestaat uit spoorstaven, terwijl de bunker werd afgedekt met aarde. Deze tweede bunker gebruikte de Marine Staf als verbindingscentrum. Van hieruit liepen telefoonlijnen naar steunpunten van de 'Kriegsmarine' langs de hele kust van het Duitse Rijk. Van de Noordkaap tot Afrika. Het verzet heeft geprobeerd deze verbindingen af te tappen maar dat is nooit gelukt. Ook heeft het verzet Londen gevraagd de bunkers te bombarderen maar ook dat is nooit gebeurd. Omdat de Duitsers het gebouw hadden gewijzigd en er veel beschadigd was moest in 1945 een bedrag van ruim één miljoen gulden beschikbaar worden gesteld om het complex weer als ziekenhuis gereed te maken.
Hospitaal na 1945:
Op 3 augustus 1945 wordt het nieuwe hospitaal in gebruik genomen. Een deel van de activiteiten van het hospitaal aan de Springweg wordt door dit Tweede Nederlandsch Militair Hospitaal overgenomen. In het nieuwe hospitaal zijn de afdelingen algemene heelkunde, inwendige geneeskunde en oogheelkunde ondergebracht. De verpleegcapaciteit bedraagt tweehonderd bedden. Vanwege ruimtegebrek blijven de overige afdelingen in het complex aan de Springweg gevestigd. Dat blijft naast het nieuwe hospitaal als zelfstandig Militair Hospitaal bestaan.
In augustus 1945 omvat de militaire geneeskundige organisatie van de landmacht een aantal hospitalen. Deze zijn in Eindhoven, Arnhem, Amersfoort, Den Haag en op twee locaties in Utrecht te weten Oog en Al en Springweg. Het Eerste Nederlandsch Militair Hospitaal is inmiddels van Brussel overgebracht naar een klooster in Nijmegen. Begin 1946 wordt in Assen nog een hospitaal geopend en op 13 mei 1946 in Amersfoort het Militair Long Observatie Centrum gevestigd. In april 1946 wordt in Doorn op het landgoed ‘Aardenburg ‘ het Militair Herstellings-en Trainingsoord gevestigd. Alle genoemde militaire inrichtingen zijn zelfstandige eenheden dus van enige centralisatie was geen sprake.
In 1946 wordt besloten de beide militaire hospitalen 'Oog en Al' en 'Springweg' in Utrecht samen te voegen onder de naam ‘ Militair Hospitaal Utrecht ‘. Tevens komen beide onder een éénhoofdige leiding te staan. Bij ministeriële beschikking van 22 augustus 1947 wordt de naam officieel vastgesteld als ‘ Centraal Militair Hospitaal Utrecht ‘. Deze naam blijft bestaan tot 24 maart 1964. Dan wordt de naam gewijzigd in Militair Hospitaal “ Dr. A. Mathijsen “ afgekort MHAM. Als officier van Gezondheid der Eerste Klasse was Dr. A. Mathijsen (1805-1878) mede de uitvinder van het gipsverband. In een volgend artikel komt het belang van Dr. A. Mathijssen voor de (militaire) gezondheidszorg aan de orde.
Vanaf 1947 wordt het hospitaal permanent uitgebreid en verbouwd. In 1950 wordt gebouw G ( 'o' in de maquette ), beter bekend als het zusterhuis, in gebruik genomen. Tussen 1957 en 1964 wordt gebouw A (a) heringericht en gebouw B (b), in dezelfde stijl ontworpen als gebouw A, gerealiseerd. Ook de ingangspartij van het hospitaal ondergaat een drastische wijziging. De portiersloge wordt verplaatst terwijl direct naast de portiersloge een centrale wachtkamer annex bezoekerskantine in gebouw C (c)wordt ingericht. Daarmee is echter geen einde gekomen aan de bouwactiviteiten. Er bestaat nog behoefte aan een geestelijk sociaal centrum. De enige plek waar dit centrum kan worden gerealiseerd is de plek waar de eerder genoemde Duitse bunker zich bevindt. Het slopen van de bunker blijkt echter gelet op de omvang hiervan, muren van gewapend beton van twee meter dik, onmogelijk. De architect bedenkt een creatieve oplossing voor dit probleem. Op de bunker wordt een kerkzaal gebouwd en daar omheen worden ruimten gebouwd zoals spreek en werkkamers voor de geestelijk verzorgers en de sociaal maatschappelijk werkers en een kantine/eetzaal voor het personeel. Dit gebouw D ( 'l' in maquette ) wordt op 26 oktober 1967 in gebruik genomen terwijl de kapel een dag later wordt ingewijd met een oecumenische dienst.
De zeventiger en tachtiger jaren:
De jaren zeventig kenmerken zich door een steeds verdere uitbreiding van medische en verpleegkundige activiteiten en daarmee met het aantrekken van steeds grotere patiëntenstromen. Het aantal polikliniekbezoekers stijgt tot honderdvijftigduizend als gevolg van het grote aantal keuringen van ( dienstplichtige ) militairen. Deze keuringen vonden plaats op verzoek van de regionale keuringsraden. Daarnaast is het hospitaal uitgegroeid van een categoriaal ( militair ) ziekenhuis tot een algemeen ziekenhuis. Het aantal burgerpatiënten, dat wordt behandeld groeit uit tot ongeveer vijftig procent van het totaal. De beschikbare werk- en verpleeg ruimten kunnen deze stromen nauwelijks verwerken en er ontstaan plannen voor noodzakelijke aanpassingen. Permanent wordt er gerenoveerd en gebouwd hetgeen veel overlast veroorzaakt en de bedrijfsvoering vaak verstoort. In de jaren tachtig ontstaan naar aanleiding van deze situatie en onder druk van 'de politiek' de eerste plannen om tot nieuwbouw over te gaan. Het zou nog tot 1991 duren voordat deze waren gerealiseerd. Op 30 augustus 1991 vindt de officiële sluiting plaats van het MHAM. De officiële opening van het nieuwe CMH gebouw in De Uithof is begin december 1991.
Door: Karel Adams. ( medewerker Historische Verzameling Geneeskundige Dienst ). Met dank aan de vrijwilligers Jaap Brinkman ( foto ) en Marc Vermeeren ( advies ).
Bronnen:
De Militaire Spectator: nr 11 november 1964.
Het Militaire Hospitaal ‘ Dr. A. Mathijsen ‘: R.Hoff/ W.A.B. Homan.
Hospitaal Journaal: Jaargangen 1987, 1988,1991. |